Ja. De SKF-modules bouwen op elkaar voort. U kunt starten met het consolideren van smeerpunten via verdeelblokken of met single-point lubricators op de moeilijkst bereikbare punten, later een pomp en besturing toevoegen en nog later doorgroeien naar een geconnecteerd systeem. Euroquip stelt doorgaans voor te beginnen bij het werktuig met de hoogste stilstand- of veiligheidsimpact,
Met de hand smeert een bemanningslid gemiddeld een halve meter staalkabel per minuut; een automatische kabelsmeerder haalt ruim dertig meter in diezelfde minuut. Bovendien dringt het vet dieper in de kabel door dan bij handmatige aanbreng, wat corrosie en slijtage vermindert — en het scheelt tijd die iemand anders in een gevaarlijke positie zou doorbrengen.
Ja. SKF biedt explosiebeveiligde oplossingen aan als onderdeel van het portfolio, waaronder de ZPU-pomp in ATEX-uitvoering. Class-approved en ATEX- of ICE-gecertificeerde producten zijn voor alle toepassingen op aanvraag beschikbaar. Euroquip stemt de exacte certificeringseis per zone met u af.
Ja, en dat is precies het punt. Een lager heeft smering nodig terwijl het beweegt. Automatische systemen leveren de exacte hoeveelheid op dat moment, zonder dat iemand de kraanmast op moet of over de reling hoeft te hangen. Dat is naast een betrouwbaarheidsargument vooral een veiligheidsargument.
Ja, mits correct uitgevoerd. Componenten die permanent aan zoutnevel blootstaan worden in roestvast staal uitgevoerd of in een RVS-kast ondergebracht; SKF levert het sproeismeersysteem voor tandheugels standaard in roestvast staal. Pomp en besturing plaatsen we waar mogelijk binnen, met leidingwerk naar de buitenpunten.
SKF gaat uit van meer dan honderd smeerpunten op een gemiddeld zeeschip, ruim buiten de machinekamer. Voor scheepslossers en laadarmen aan de walzijde rekent SKF met meer dan honderd punten per eenheid. Per werktuig lopen onze indicatieve ranges van 10 tot 40 punten voor een stuurinrichting tot 60 tot 150 of meer voor een havenkraan;
Daarvoor zet u een Environmentally Acceptable Lubricant in, zoals SKF LGGB 2. Een EAL voldoet aan minimumeisen voor biologische afbreekbaarheid, toxiciteit en bio-accumulatie volgens de criteria van het Vessel General Permit van het Amerikaanse EPA, waardoor het risico voor het waterleven aanzienlijk kleiner is dan bij een conventioneel vet. Biologisch afbreekbaar betekent overigens niet dat

