Ja. De SKF Lincoln-modules bouwen op elkaar voort. U kunt starten met een SALK-kit die 6 tot 12 punten samenbrengt op één centrale nippel, later een pomp en besturing toevoegen en nog later doorgroeien naar een geconnecteerd systeem. Euroquip stelt doorgaans voor te beginnen bij de machine met de hoogste stilstandskost in het seizoen.
Bij een progressief systeem blokkeert het hele verdeelblok wanneer één uitgang dichtzit — de storing wordt dus zichtbaar. Bij een geconnecteerd systeem met CLP Smart of P253 Smart ziet u een blokkade of laag vulniveau meteen in de SKF eLube-app, zonder de machine te stoppen.
Ja, mits correct gedimensioneerd en met het juiste smeermiddel. De AECP-patroonpomp werkt van −40 tot +65 °C, LGGB 2 heeft goed startgedrag bij lage temperatuur en LGCC 2 is een universeel vet met een zeer laag temperatuurbereik. Enkellijnsystemen functioneren daarnaast betrouwbaar bij lage temperaturen.
Het smeermiddelverbruik daalt tot 33% doordat er exact gedoseerd wordt in plaats van geschat, en de handmatige smeerronde van 15 tot 20 minuten per machine per cyclus vervalt. De grootste winst zit doorgaans niet in het vet maar in de vermeden stilstand: 40 tot 60% van de onderhoudskosten komt voort uit gebrekkige smering, terwijl smeermiddelen
Waar smeermiddel in de bodem of het oppervlaktewater terecht kan komen, is SKF LGGB 2 de aangewezen keuze: een biologisch afbreekbaar vet dat SKF classificeert als Environmentally Acceptable Lubricant. Voor zwaarbelaste wielnaven en assen is LGWA 2 de logische keuze, en voor kettingaandrijvingen LFFM 100 of LHMT 68.
Dat varieert sterk per fabrikant en uitvoering. SKF hanteert als richtwaarde 40 en meer voor een trekker, 60 en meer voor werktuigen en aanhangwagens, 35 en meer voor een maaidorser, 80 en meer voor gespecialiseerde oogstmachines, 30 en meer voor een balenpers en 60 en meer voor spuitmachines en mesttanken. Wij tellen ze tijdens de
Ja. De meeste installaties die Euroquip uitvoert zijn retrofits op machines die al in gebruik zijn, ongeacht het merk. We brengen de smeerpunten in kaart, bepalen pompcapaciteit en leidingtracé en bouwen het systeem in — bij voorkeur in de winterstalling.

