• Dat varieert sterk. Een trekker telt indicatief 20 tot 45 punten, een oplegger 10 tot 22, een bus 15 tot 40 en een vuilniswagen met opbouw 30 tot 70. Het exacte aantal verschilt per fabrikant en opbouw; wij tellen ze tijdens de vlootscan en leggen ze vast in een smeerplan per voertuigtype.

  • Nee, doorgaans minder. Bij overschakeling van handmatige naar automatische smering daalt het smeermiddelverbruik tot 33%, omdat er exact gedoseerd wordt in plaats van geschat. Er wordt vaker gesmeerd, maar in veel kleinere hoeveelheden — en de overmaat die bij handmatig smeren naast het punt terechtkomt, verdwijnt.

  • Dan is SKF EasyRail Airless de aangewezen oplossing. Een KFG-zuigerpomp voedt een ringleiding naar elektromagnetische PER-pompen op het draaistel, die het smeermiddel zonder perslucht in een vastgelegde hoeveelheid aanbrengen. Elke pomp-sproeikopeenheid heeft een eigen verwarming voor koude omstandigheden.

  • Wielflenssmering brengt een dunne laag smeermiddel aan op de wielflens, die het overdraagt op de flank van de spoorstaaf. Dat vermindert slijtage aan wiel én rail en dempt het booggeluid. Industriestudies tonen dat de wiellevensduur bij correcte flenssmering kan verdubbelen; op herprofileren en naslijpen is tot 50% kostenbesparing mogelijk.

  • Ja, retrofit is de normale gang van zaken. De pomp komt op de chassisbalk, de verdeelblokken dicht bij de smeerpunten, de leidingen beschermd door de spatzones. De inbouw gebeurt in de werkplaats en past doorgaans binnen een geplande onderhoudsbeurt.

  • Ja. Bij wisselende combinaties komt het systeem op de oplegger zelf en gebruikt het de stroom van de remlichten, zodat er geen permanente voeding nodig is. Een regelaar houdt via trillingsmeting bij hoelang de oplegger effectief rijdt en voltooit de smeercyclus op basis van die bedrijfstijd.

  • Correcte handmatige smering kost ongeveer 30 minuten per voertuig per onderhoudscyclus. Een automatisch systeem geeft die tijd nagenoeg volledig terug; SKF rekent in haar ROI-model voor wegtransport met ten minste 95% minder manuren om te smeren. Op vlootniveau is dat vaak het snelst zichtbare effect.